Voorbeeldscherm met fictieve gegevens.
Wat is Microsoft Copilot Studio?
Microsoft Copilot Studio is de low-code omgeving van Microsoft om AI-agents en workflows te bouwen, ze te koppelen aan je eigen data en systemen en ze te publiceren waar je mensen werken: in Microsoft Teams, in Microsoft 365 Copilot, op je website of in een app. Vroeger heette het product Power Virtual Agents en bouwde je er vooral chatbots met vaste gespreksstappen mee. Vandaag bouw je er agents mee die opzoeken, redeneren en handelen.
Een agent leeft altijd in een Power Platform-omgeving, naast je Power Apps, je Power Automate-flows en Microsoft Dataverse. Hij gebruikt dus dezelfde aanmelding, dezelfde connectoren en hetzelfde beheer als de rest van je Microsoft-platform.
Bij een nieuwe agent kies je ook de runtime, door Microsoft een harness genoemd:
- Standard harness: voor afgebakende taken en gestructureerde gesprekken, met voorspelbaar gedrag.
- GitHub Copilot harness: sinds juni 2026 in production-ready preview, voor lange taken over meerdere systemen en documenten. Ondanks de naam gaan je gegevens niet naar de dienst GitHub Copilot.
- Copilot chat harness: om Microsoft 365 Copilot Chat uit te breiden met kennis uit je organisatie.
Die keuze bepaalt je functies, je kanalen en hoe het verbruik aangerekend wordt. Een agent overzetten naar een andere harness kan niet: dat is herbouwen. Welke taken een agent kan overnemen, lees je in acht AI-toepassingen die vandaag al werken in een kmo.
Uit welke bouwstenen bestaat een agent in Copilot Studio?
Een agent in Copilot Studio bestaat uit instructies, kennis, tools en eventueel triggers, gepubliceerd naar een of meer kanalen.
| Bouwsteen | Wat het doet | Voorbeeld in een kmo | Let op |
|---|---|---|---|
| Instructies | Rol, toon en grenzen | “Beantwoord enkel vragen over onze producten en noem nooit prijzen” | Kort en concreet werkt het best |
| Kennis | Bronnen waaruit de agent antwoordt | SharePoint met technische fiches, Dataverse-tabellen, je website | Geüploade bestanden negeren de rechten van de gebruiker |
| Topics | Vaste gespreksstappen (standard harness) | Een retouraanvraag die altijd ordernummer en reden vraagt | Voor antwoorden die exact moeten kloppen |
| Tools | Acties via connectoren, agent flows, je eigen API of een MCP-server | Een taak aanmaken in Dynamics 365, een offerteconcept opslaan | Elke schrijfactie verdient een bevestiging |
| Triggers | De agent start zelf bij een gebeurtenis | Nieuwe mail in info@, nieuwe rij in Dataverse, elke ochtend om 7 uur | Werken met de inloggegevens van de maker |
| Kanalen | Plek waar gebruikers de agent bereiken | Teams, Microsoft 365 Copilot, website, Power Pages, WhatsApp | Externe kanalen vragen een Copilot Studio-licentie |
Connectoren en agent flows. Copilot Studio gebruikt dezelfde connectoren als Power Automate, met een Copilot Studio-licentie ook de premiumconnectoren. Vaste stappenreeksen bouw je als agent flow: die lijkt op een Power Automate-flow, maar wordt aangerekend in Copilot Credits.
Model Context Protocol (MCP). MCP is een open standaard waarmee een agent de tools en gegevens van een server gebruikt, zonder dat je elke actie apart koppelt. Past de server zijn tools aan, dan neemt de agent dat automatisch over. Zo volgt de agent dezelfde bedrijfsregels als je app op maat. In de verkoop-back-office van een Vlaamse projectontwikkelaar werken verkopers al met een AI-werkplek die hun verkoopdata bevraagt en schrijfacties pas na een bevestigingskaart uitvoert, binnen hun eigen rechten. Een Copilot Studio-agent met een MCP-server is er in ontwikkeling.
Triggers en autonome agents. Met een event trigger reageert een agent zelf op een gebeurtenis. Microsoft wijst zelf op het grootste risico: triggers werken enkel met de inloggegevens van de maker, waardoor gebruikers mogelijk bij gegevens kunnen die enkel de maker mag zien. Houd autonome agents dus smal.
Wat kost een agent in Copilot Studio?
Een agent in Copilot Studio kost een eenmalige bouwprijs en maandelijks verbruik in Copilot Credits, die je vooraf in pakketten koopt of achteraf per gebruik betaalt.
| Manier van betalen | Hoe het werkt | Past bij |
|---|---|---|
| Copilot Credit-pakket | 25.000 credits per maand voor de hele tenant, € 173,30 per pakket per maand | Voorspelbaar, regelmatig gebruik |
| Betalen per gebruik | Maandelijkse afrekening van het echte verbruik via een Azure-abonnement, zonder verbintenis | Een pilot of wisselend gebruik |
| Pre-aankoopabonnement | Copilot Credit Commit Units voor een jaar vooraf, volgens Microsoft tot 20% voordeliger | Hoger en goed gekend verbruik |
| Microsoft 365 Copilot-licentie | Interne agents voor wie die licentie heeft, zonder extra kost voor de meeste functies | Agents in Teams en Microsoft 365 Copilot voor gelicentieerde collega’s |
Lijstprijs van Microsoft op 6 oktober 2026, exclusief btw. Microsoft past prijzen en voorwaarden geregeld aan.
Microsoft rekent per onderdeel van het werk: 1 credit voor een vooraf geschreven antwoord, 2 voor een gegenereerd antwoord uit je kennisbronnen, 5 voor een agentactie zoals een tool aanroepen, 10 voor zoeken in de volledige Microsoft Graph van je organisatie en 13 per 100 acties in een agent flow.
Een fictief rekenvoorbeeld: een agent leest elke offerteaanvraag in info@, voert vier acties uit (klant opzoeken, prijslijst ophalen, concept opslaan, taak voor de verkoper) en formuleert twee antwoorden: ongeveer 4 × 5 + 2 × 2 = 24 credits per aanvraag. Bij 30 aanvragen per werkdag is dat over 21 werkdagen ruim 15.000 credits, binnen één pakket. Met een redeneermodel komt er 10 credits per 1.000 tokens bij, en dan kan hetzelfde scenario een veelvoud kosten.
Drie dingen die kmo’s vaak niet weten:
- Ongebruikte credits vervallen op het einde van de maand.
- Vanaf 125% gaat je agent uit. Bij pakketten mag je tijdelijk over je capaciteit, maar vanaf 125% schakelt Microsoft je eigen agents uit tot er capaciteit bijkomt.
- Bouwen kan al verbruiken. Op de standard harness betaal je pas na publicatie, op de GitHub Copilot harness al tijdens het bouwen, testen en evalueren.
Per credit is betalen per gebruik duurder dan een pakket, maar je betaalt niets voor wat je niet verbruikt; een pilot start daarom vaak zo. GetDigit raamt het verbruik in Sprint 0 met de agent usage estimator van Microsoft en geeft daarna een vaste prijs voor de bouw. Hoe dat verloopt, lees je op de pagina AI-agent laten bouwen met Copilot Studio.
Wat zit er al in Microsoft 365 Copilot, en wanneer betaal je apart?
Met Microsoft 365 Copilot zit een deel van Copilot Studio er al in: wie die licentie heeft, bouwt en gebruikt interne agents op de Copilot chat harness en de standard harness, zonder extra kosten. Gebruikt zo’n collega de agent met zijn eigen account in Microsoft 365 Copilot, Teams of SharePoint, dan verbruiken antwoorden, agentacties en zoeken in Microsoft Graph geen credits, binnen een grens voor redelijk gebruik.
Je betaalt wél credits als:
- collega’s zonder Microsoft 365 Copilot-licentie de agent gebruiken;
- de agent op een extern kanaal staat, zoals je website, je klantenportaal of WhatsApp;
- een agent flow start door iets anders dan een vraag aan de agent, zoals een nieuwe mail of een vast tijdstip;
- je bouwt op de GitHub Copilot harness;
- de agent zelf een computer bedient (computer use).
De vraag is dus niet “Microsoft 365 Copilot of Copilot Studio”, maar wie de agent gebruikt en waar. Hoe Copilot Studio samenwerkt met Power Apps en Power Automate, lees je op de pagina over het Microsoft Power Platform.
Hoe houd je een Copilot Studio-agent veilig en beheersbaar?
Je houdt een agent veilig met vier instellingen die ook een kmo zonder eigen IT-afdeling kan beheren: aparte omgevingen, data policies, de rechten van de gebruiker en een grens op het verbruik.
- Aparte omgevingen. Bouw niet in de standaardomgeving, waar iedereen in je organisatie apps en agents kan maken. Werk met ontwikkeling, test en productie, en zet de agent in een solution, zodat elke versie gecontroleerd doorgaat.
- Data policies, ook DLP-beleid genoemd. Een beheerder blokkeert per omgeving de connectoren die de agent niet nodig heeft, chat zonder aanmelding, kanalen, kennisbronnen en event triggers. Sinds begin 2025 gelden die regels voor alle agents, zonder uitzonderingen.
- De rechten van de gebruiker. Tools werken standaard met de inloggegevens van de eindgebruiker. Zet een maker dat om naar zijn eigen inloggegevens, dan kan elke gebruiker doen wat de maker mag; een beheerder kan die optie per omgeving uitschakelen. Bij kennis controleren SharePoint en Dataverse wat de vraagsteller mag zien, maar losse geüploade bestanden zijn zichtbaar voor iedereen die de agent gebruikt, en ze tellen mee voor je Dataverse-opslag.
- Een grens op het verbruik. Verdeel credits per omgeving en stel een maandlimiet per agent in, zodat een testagent je productieagent niet stillegt.
Vóór de publicatie waarschuwt een beveiligingsscan onder meer voor een agent zonder aanmelding. Wees ook voorzichtig met experimentele modellen: volgens Microsoft kunnen gegevens dan buiten je regio verwerkt worden.
GetDigit legt daar twee regels bovenop: elke actie die iets wijzigt, verschijnt eerst als bevestigingskaart, en de beveiligingsrollen en veldbeveiliging in Dataverse gelden ook voor de AI. Sinds 2 augustus 2026 gelden bovendien de transparantieregels van de Europese AI-verordening: wie met een agent praat, moet weten dat het om AI gaat. In de praktijk zet je een korte melding bij de start van het gesprek.
Hoe bouw je een eerste agent in Copilot Studio, van idee tot productie?
Een eerste agent zet je in acht stappen live, van één afgebakende taak tot een agent in productie die je opvolgt. Bij GetDigit vallen stap 1 tot 4 in Sprint 0, die 1 tot 3 weken duurt, en staat een eerste agent doorgaans in 3 tot 8 weken live.
- Kies één taak en één kanaal, bijvoorbeeld “vragen over leveringen op de website” of “procedures opzoeken in Teams”. Het kanaal bepaalt mee de licentie.
- Kies de harness: standard voor een afgebakende taak met voorspelbaar gedrag, GitHub Copilot voor lange taken over meerdere systemen en documenten.
- Richt omgevingen en data policies in vóór er gebouwd wordt, met enkel de connectoren die je nodig hebt.
- Raam het verbruik met de agent usage estimator en kies je betaalmodel.
- Koppel kennis met rechten, bij voorkeur via SharePoint of Dataverse. Staan je SharePoint-rechten te ruim, ruim die dan eerst op.
- Bouw de tools met de inloggegevens van de eindgebruiker en een bevestiging vóór elke wijziging.
- Test met een vaste testset van echte vragen, inclusief de lastige. De evaluaties in Copilot Studio draai je na elke wijziging opnieuw.
- Publiceer eerst voor een kleine groep, volg antwoorden en creditverbruik op en breid pas uit als de kwaliteit stabiel is.
Wanneer is Copilot Studio niet de juiste keuze?
Copilot Studio is niet de juiste keuze als een lichter of vaster hulpmiddel hetzelfde doet, of als de AI in je eigen schermen hoort.
- Een vraag-en-antwoordagent voor je team. Met Microsoft 365 Copilot maak je die sneller in Agent Builder, en later kopieer je hem eventueel naar Copilot Studio.
- Een proces met vaste regels. Een herinnering bij een openstaande factuur vraagt geen taalmodel. Een flow om processen te automatiseren met Power Automate is voorspelbaarder en valt niet onder Copilot Credits.
- AI die in je eigen app hoort. Moeten verkopers in hun vertrouwde scherm met hun data chatten en acties op een kaart bevestigen, dan bouw je de AI in de app zelf, zoals in de vastgoedcase of in ceOps, het eigen AI-CRM van GetDigit, met het verbruik in je eigen Azure-omgeving.
- Heel veel eenvoudige gesprekken. Microsoft rekent een klantenservice-agent op een website met 900 klanten per dag uit op 7.200 credits per dag: over dertig dagen ruim acht pakketten. Kijk bij zulke volumes eerst welke vragen een goede FAQ of je klantenportaal al beantwoordt.
- Data die niet op orde is. Een agent die in verspreide Excel-lijsten zoekt, geeft verspreide antwoorden. Breng je gegevens eerst samen in één bron.
Welke vragen stel je aan een Copilot Studio-partner in België?
Vraag een Copilot Studio-partner niet alleen wat hij kan bouwen, maar ook hoe hij verbruik, rechten en beheer regelt:
- Welke agents of AI-functies van jullie draaien al in productie, en voeren die ook acties uit?
- Welke harness en welk model stellen jullie voor, en waarom niet het andere?
- Hoeveel Copilot Credits verwachten jullie per maand, en hoe kwamen jullie aan dat getal?
- Werkt elke tool met de inloggegevens van de eindgebruiker? Waar niet, en waarom?
- Welke omgevingen en data policies richten jullie in, en wie beheert ze na de livegang?
- Hoe testen jullie de agent vóór de livegang, en hoe volgen jullie de kwaliteit nadien op?
- Wie is eigenaar van de agent, de solution, de connecties en een eventuele MCP-server?
- Wat doen jullie als Microsoft het licentiemodel of een functie wijzigt?
Algemene vragen over wie bouwt, hoe de prijs vastligt en wie eigenaar wordt, vind je in tien vragen voor een eerste gesprek met een Microsoft-partner.
GetDigit beantwoordt die vragen graag zelf: je spreekt rechtstreeks met de architect die bouwt, Sprint 0 levert een klikbaar prototype en een verbruiksraming, en de agent draait in je eigen Microsoft 365-omgeving.
Plan een gratis intake van 30 minuten met de architect die bouwt, en je weet wat een eerste agent in jouw kmo kan overnemen en wat hij per maand verbruikt.
Veelgestelde vragen
Wat gebeurt er als de Copilot Credits van mijn kmo op zijn?
Kan ik een agent in Copilot Studio gratis uitproberen?
Is Copilot Studio hetzelfde als Power Virtual Agents?
Wat is het verschil tussen Agent Builder en Copilot Studio?
Kan een Copilot Studio-agent ook op mijn website of via WhatsApp met klanten praten?
Bronnen
- Microsoft: prijzen van Microsoft Copilot Studio (België, geraadpleegd op 6 oktober 2026)
- Microsoft Azure: prijzen van Copilot Studio bij betalen per gebruik
- Microsoft Learn: Copilot Studio overview
- Microsoft Learn: harnesses in Copilot Studio
- Microsoft Learn: what's new in Copilot Studio (GitHub Copilot harness, juni 2026)
- Microsoft Learn: licenties voor agents op de standard harness
- Microsoft Learn: tarieven in Copilot Credits en handhaving van capaciteit
- Microsoft Learn: verbruik van agents op de GitHub Copilot harness
- Microsoft Learn: agent usage estimator
- Microsoft Learn: kennisbronnen in Copilot Studio
- Microsoft Learn: Model Context Protocol in Copilot Studio
- Microsoft Learn: event triggers en autonome agents
- Microsoft Learn: data policies voor agents
- Microsoft Learn: inloggegevens van de maker beperken
- Microsoft Learn: Copilot Studio-projecten beveiligen
- Microsoft Learn: agents publiceren naar kanalen
- Microsoft Learn: beschikbare kanalen voor agents op de GitHub Copilot harness
- Microsoft Learn: kiezen tussen Agent Builder en Copilot Studio
- Microsoft Learn: klassieke chatbots (Power Virtual Agents) omzetten